Algemeen

Het verschil tussen gemiddelde, mediaan en modus — wanneer gebruik je wat?

Gepubliceerd op 11 mei 2026

“Het gemiddelde salaris in Nederland is …” Hoe vaak heb je die zin niet voorbij zien komen? Maar zegt zo’n gemiddelde wel echt iets? Soms geeft een mediaan of modus een veel eerlijker beeld. In dit artikel leggen we de drie centrale maten naast elkaar.

1. Het gemiddelde (rekenkundig gemiddelde)

De som van alle waarden gedeeld door het aantal waarden. Eenvoudig en bekend, maar gevoelig voor uitschieters.

Voorbeeld: Salarissen 2.000, 2.200, 2.400, 2.500 en 50.000. Gemiddelde: 11.820 euro. Klopt rekenkundig, maar geeft een totaal vertekend beeld.

2. De mediaan

Zet alle waarden op volgorde van klein naar groot en kijk welke waarde precies in het midden staat. Bij een even aantal neem je het gemiddelde van de twee middelste.

Zelfde voorbeeld: 2.000, 2.200, 2.400, 2.500, 50.000. Mediaan: 2.400 euro. Veel realistischer.

3. De modus

De waarde die het vaakst voorkomt. Handig bij categorieën of bij data met veel herhaling.

Voorbeeld: Schoenmaten van een klas: 38, 39, 40, 40, 40, 41, 42. Modus: 40. De winkelier weet nu welke maat hij het meest moet inkopen.

Wanneer gebruik je wat?

  • Gemiddelde — bij data zonder grote uitschieters (bv. cijferlijsten, temperaturen).
  • Mediaan — bij scheve verdelingen of uitschieters (bv. inkomens, huizenprijzen, wachttijden).
  • Modus — bij categorische data of als je wil weten wat ‘het meest voorkomt’ (bv. populairste kleur, meest gekochte product).

Een handige vuistregel

Liggen je gemiddelde en mediaan dicht bij elkaar? Dan is je data symmetrisch verdeeld en mag je gerust het gemiddelde gebruiken. Liggen ze ver uit elkaar? Vertrouw dan op de mediaan en wees voorzichtig met conclusies op basis van het gemiddelde.

Conclusie

Gemiddelde, mediaan en modus vertellen elk een ander deel van het verhaal. Kies de maat die past bij je data — dan voorkom je misleidende conclusies. Wil je zelf een gemiddelde uitrekenen? Gebruik de rekentool.

← Terug naar blog